|
Als een vliegtuig dreigt neer te storten, zijn goede omgangsvormen wel het laatste om je druk over te maken in de cockpit. Toch worden veel vliegtuigrampen veroorzaakt door misplaatste beleefdheid. Neem vlucht Avianca 052. Het is slecht weer. Boven Kennedy Airport in New York cirkelen verschillende vliegtuigen. Een eerste poging van Avianca 052 om te landen is mislukt. De brandstof is bijna op. De co-piloot meldt dat aan de verkeersleiding. Maar de manier waarop hij dat meldt is meer dan onhandig. Hij zegt het terloops, op het einde van een zin vol technische informatie over hun koers. Het is geen wonder dat deze waarschuwing bij de verkeersleiding niet aankomt. Hij zegt niet dat er sprake is van een noodgeval. Hij zegt niet dat hij onmiddellijk opnieuw moet landen omdat de brandstof anders op is. Dus plaatst de verkeersleiding Avianca 052 gewoon achter in de rij van vliegtuigen die wachten op toestemming om te landen. Even later valt een motor uit, daarna de tweede. Het vliegtuig stort neer omdat de kerosine op is. Hoe is het mogelijk dat iemand zich, oog in oog met een wisse dood, zo passief opstelt? Malcolm Gladwell, de Amerikaanse schrijver van het boek Outliers (in Nederland op de markt gebracht onder de titel Uitblinkers) stelt dat het te maken heeft met de culturele achtergrond van de piloten. Zowel de piloot als de co-piloot zijn Colombianen. Ze durven zich niet assertiever op te stellen ten opzichte van de New Yorkse verkeersleiding. Maar niet alleen misplaatst ontzag voor de verkeersleiding is soms dodelijk. Het blijkt dat vliegtuigen vaker neerstorten als de kapitein vliegt dan als de co-piloot achter de stuurknuppel zit. Als een kapitein ziet dat zijn co-piloot iets fout doet, geeft hij orders om het anders te doen. Is het andersom, dan beperkt de co-piloot zich vaak tot suggesties. Als de kapitein de waarschuwingen negeert, bezitten ze hun ziel in lijdzaamheid. Hoe hiërarchischer de cultuur is in het land waar de piloten vandaan komen, hoe onderdaniger de co-piloten en hoe vaker het mis gaat, zo blijkt uit een onderzoek naar vliegtuigrampen van Boeing. De beste manier om vliegen veiliger te maken is daarom het bestrijden van de schroom die mensen in de cockpit voelen om hun superieuren te waarschuwen. Co-piloten moeten zelfs worden getraind om het roer letterlijk in eigen hand te nemen als de kapitein een dodelijke fout dreigt te maken. Vreemd genoeg helpt het daarbij om formaliteiten af te breken. Wie elkaar bij de voornaam noemt, grijpt ook sneller in als een collega de fout in gaat. Bij het lezen van Gladwell moest ik onwillekeurig denken aan de kredietcrisis en het pyramidespel van Madoff. Met de wijsheid van achteraf is het onbegrijpelijk dat er zo weinig betrokkenen hebben gewaarschuwd voor de aanstaande ramp. Het kan natuurlijk zijn dat er sprake was van een collectieve verdwazing. Maar waarschijnlijker is het dat er genoeg mensen in de financiele sector rondliepen die waarschuwingssignalen zagen. Wat hebben ze met die informatie gedaan? Hebben ze collega’s en superieuren gewaarschuwd? Een concurrent van Madoff had het geheim van zijn succes proberen te achterhalen en geconcludeerd dat het rendement alleen met fraude kon worden behaald. Hij trok aan de bel bij de toezichthouder, maar kreeg geen gehoor. Zo zullen meer dwarsdenkers hun twijfels hebben gehad. Hoe komt het dan dat die twijfels nauwelijks zijn geuit en nog minder zijn gehoord? Waar waren de klokkenluiders uit de bankwereld? Het organiseren van tegenspraak is essentieel om rampen te voorkomen. Uit het portret dat Jeroen Smit in De Prooi schetst van ABN Amro blijkt dat de bank een formele hiërarchische organisatie is. Nieuwe leden van de Raad van Commissarissen moesten aan het uiteinde van de tafel zitten. Het is de logica van het Kremlin. Ook daar gold dat je iemands macht kon afmeten aan de afstand tot de voorzitter. En net als in het Kremlin werd het ventileren van dissidente meningen niet op prijs gesteld. Zeker niet als die waarschuwingen komen van ondergeschikten. Nu weet ik niet of ABN Amro maatgevend is voor de hele financiële sector. Maar het lijkt geen sector waar kritische geluiden worden aangemoedigd. In veel analyses van de kredietcrisis is benadrukt dat het systeem van bonussen een premie zette op het nemen van onverantwoorde risico’s. Dat is zonder meer het geval. Maar dat verklaart nog niet dat mensen die twijfels hadden hun mond hielden. Misschien hadden deze criticasters last van dezelfde dodelijke beleefdheid als de co-piloten die netjes bleven zwijgen terwijl alle seinen op rood stonden en gedwee ten onder gingen. |