Pampers redt arme kinderen. Nuon voorkomt een nieuwe watersnoodramp en de Rabobank heeft een klimaathypotheek. Als je de reclame mag geloven zijn grote bedrijven tegenwoordig de grootste wereldverbeteraars. Pampers voert nu voor het tweede jaar op rij campagne voor Unicef. Op tv zien we beelden van rijke en arme kinderen in close up terwijl zangeres Do een Sinterklaasliedje zingt. Voor elk verkocht pak luiers, financiert de fabrikant een vaccinatie tegen tetanus. Een pak luiers kost ongeveer tien euro. Een vaccinatie één euro. Het is een mooie boodschap. Met één pak Pampers geeft u drie cadeaus tegelijk. Uw kind heeft droge billen, een arm kind een gezonde prik en u krijgt een goed gevoel.
Vijftien jaar was Erwin verslaafd aan de heroïne. Toch noemt hij zichzelf geen veelpleger. “Dat ben je als je meerdere keren per jaar wordt gepakt. Ik word nooit gepakt.” Hij ziet dat ik hem niet geloof. “Mister Jackpot, zo noemen ze mij.” Hij zegt een manier uitgedokterd te hebben om parkeerautomaten te legen. Het gebruikt een ring en visdraad. “Dat kunnen alleen mijn broer en ik.” Erwin speelt zijn rol met verve. En dat is ook eigenlijk precies waarvoor hij is uitgenodigd. Erwin neemt deel aan een politieke performance op de kunstopleiding van Das Arts. Ik was er een week gastdocent en aan het einde van de week moesten de studenten politieke performances opvoeren. Een Duitse student, Andreas Bachmair, had bedacht dat hij geen theater over de wereld wilde maken, maar de wereld het toneel op wilde halen. Hij had zes mannen die hun dagen bier drinkend in het Amsterdamse Oosterpark slijten, overgehaald om mee te doen.
Vanaf het begin af aan weet je hoe het afloopt. Het wordt oorlog. Toch is de spanning er niet minder om. Net als bij de televisieserie Columbo weet je zelfs wie het gedaan heeft. Het zijn de havikken in de regering Bush: vice-president Dick Cheney, minister van defensie Donald Rumsfeld en zijn onderminister Paul Wolfowitz. Je weet dat ze hun zin gaan krijgen, maar nog niet hoe. De spanning schuilt in de pogingen van de minister van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, de dreigende oorlog in Irak af te wenden. De spanning schuilt in de pogingen van Tony Blair een Amerikaanse Alleingang te voorkomen. De spanning schuilt in het opportunisme van het Franse verzet tegen de Amerikaanse plannen. Maar het meest intrigerende aan het toneelstuk Stuff Happens (een nette variant van Shit Happens) van de Britse toneelschrijver David Hare is, dat alles waar is. Alles wat op feiten gebaseerd kon worden, is op feiten gebaseerd. Of zoals Hare zegt: Niets in het stuk is aantoonbaar onwaar. Zelfs de scènes in de achterkamertjes zijn waarheidsgetrouwe reconstructies.
Hoed u voor politici die over de burger in het enkelvoud praten. Ze reduceren de bevolking tot een wezen dat met één stem spreekt. Meestal preekt die ene stem dan ook toevallig de boodschap van de politicus in kwestie. Voor dissidente stemmen is geen plaats. Als het volk spreekt moeten de burgers zwijgen. In een interview met de Volkskrant gaf Maxime Verhagen onlangs een mooie illustratie van deze opmerkelijke visie op democratie. Het gebrek aan vertrouwen in het kabinet wuift hij weg. Volgens hem heeft het kabinet Balkenende juist heel goed de “noden van 2002” aangevoeld. “De burger schreeuwde om meer veiligheid, strengere integratie, betere zorg en meer cohesie. Dat zijn ook de speerpunten van ons beleid.