Is blijmoedigheid een ziekte? Een afwijking is het in ieder geval wel. Als we onze premier mogen geloven, heeft de Nederlandse burger een ingekankerde voorkeur voor klagen en zeuren. En ook in de media is blijmoedigheid alleen terug te vinden bij de commerciële omroepen. Om mijn eigen onverbeterlijke optimisme te verklaren, verwijs ik tegenwoordig graag naar een verstoorde serotonine-huishouding in mijn mijn brein. Ik raak automatisch in een stemming waarvoor anderen bergen Prozac of XTC moeten slikken. In de wereld gebeurt genoeg om elke vrolijkheid bij voorbaat te smoren, maar mijn gemoed wil het maar niet raken. Dat vrolijk door het leven ga komt allemaal door die verrekte afwijking.
De burger is een lapzwans. Hij ruimt zijn troep niet op. Hij maakt makkelijk schulden en rijdt als een wegpiraat. Hij laat zijn kinderen op veel te jonge leeftijd alcohol drinken en snijdt alleen op zondag het vlees. Hij vreet zich vet, zuipt zich klem en rookt zich dood.
De eigenlijke prijs kon de winnares van Inspiratie voor Integratie gestolen worden. Voor Dounia el Baraka was de echte hoofdprijs de aanwezigheid van Maxima. Nadat de prinses haar afgelopen vrijdag de door De Baak ingestelde prijs had uitgereikt, vloog Dounia haar om de hals. Zij klemde Maxima tegen haar borst en had haar het liefste nooit meer losgelaten. Voor mij in de Ridderzaal zaten vier Turkse jongemannen. Gniffelend draaide een van hen zich naar me om: “Dat had ik ook gedaan als ik de kans kreeg.”
Afgelopen week had ik sjans met een bejaarde. Ik was op bezoek bij een kleinschalig verzorgingstehuis voor dementerende bejaarden in Zeeland. Ze wonen er met zijn zessen op één afdeling en met vier afdelingen in een huis. De teamleidster vertelde enthousiast dat de ouderen zich hier veel veiliger voelen. Eén bewoonster had al drie jaar niet gepraat voor ze bij hen in het verzorgingstehuis kwam. Nu had ze pardoes haar mond weer open gedaan. Het ging om praktische zinnetjes. “Mag ik nog een beetje jus?” Toch is dat een geweldige overwinning als iemand drie jaar heeft gezwegen.
“Ik ga de files oplossen,” roept Rita. Ze heeft alleen nog geen idee hoe. Het verkeersinfarct is zo groot dat een simpele dotteroperatie niet meer mogelijk is. En ook met het aanleggen van honderden kilometers asfalt zijn de files niet zomaar verdwenen. Ik doe haar daarom graag een ideetje aan de hand.