In de jaren negentig was het een populair begrip. Allerlei plannen werden destijds aangeprezen als win-win oplossingen. Politiek was niet meer een kwestie van kiezen, maar van het vinden van een creatief alternatief dat voor alle betrokkenen voordeel oplevert. Het was in deze optiek heel goed mogelijk om zowel de kool als de geit te sparen. Economische groei en milieubehoud hoefden geen tegenpolen te zijn. Met het geld dat wordt verdiend met een omstreden economische activiteit (een bedrijventerrein of gasboringen) kan elders een natuurterrein worden aangekocht, waardoor het milieu er uiteindelijk op vooruitgaat. Destijds was ik sceptisch over dit ongebreidelde optimisme. Het klonk me teveel als het kinderfeestje waar vader of moederlief zich in bochten wringt om iedereen te laten winnen. “Jij hebt de prijs voor de mooiste tekening, jij voor de origineelste tekening en jij de prijs voor de blauwste tekening!” Het is de utopie van een wereld zonder verliezers.
Soms wordt er geschiedenis geschreven zonder dat iemand het merkt. Afgelopen zomer heeft de belastingdienst een besluit genomen dat voor freelancers van enorm belang is. De dienst heeft officieel zijn goedkeuring verleend aan het zogenaamde Uniforce-concept. Het Uniforce concept maakt het mogelijk voor zelfstandigen om volledige zeggenschap te hebben over de eigen onderneming en toch als werknemer verzekerd te zijn. Dat betekent dat iemand eigen baas is, maar wel een uitkering krijgt in geval van ziekte, zwangerschap, arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Twee jaar geleden schreef ik voor de Volkskrant een artikel over dit concept (22-4-2006). Ik was er zo enthousiast over dat ik zelfs mijn broer heb overtuigd om Uniforcer te worden.
Een radicale actievoerder ben ik nooit geweest. Ik heb wel eens een woning helpen kraken en een overheidsgebouw bezet, maar het stelt allemaal weinig voor. Mijn activisme bestond vooral uit entertainment en vermaak. Ik maakte deel uit van een straattheatergroep die speciaal voor betogingen en demonstraties stukken schreef en speelde. Bij een van die toneelstukjes maakten we wel gebruik van een gasmeter die was gestolen uit de woning van de burgemeester van Utrecht. Dat was in feite heling. Stel nu dat ik politicus was. Zou ik dan vanwege deze onschuldige wetsovertreding mijn geloofwaardigheid kwijt zijn?
Overmorgen ben ik even oud als mijn vader toen hij stierf. Hij was toen 42 jaar, 4 maanden en 17 dagen. Ik was op dat moment 5 jaar oud. Ik heb nauwelijks herinneringen aan mijn vader. En wat ik me herinner zijn foto’s, geen levende herinneringen. Zo is er de foto van mijn ouders bij hun twaalfenhalfjarig huwelijk, vlak voor zijn dood. Door de kanker zijn mijn vaders wangen ingevallen en liggen zijn ogen ongenadig diep in zijn kassen. Wij staan erbij in onze zondagse kleren. En ook onze hond Pipo staat erop. En er zijn verhalen. Zo is me later verteld hoe ik reageerde nadat mijn moeder uit het ziekenhuis was teruggekomen met het fatale nieuws. Mijn moeder ging op de bank zitten met haar armen wijd. Onder elke arm twee huilende kinderen. Ik loop rondjes om de vierkante houten salontafel. Om de paar rondjes vroeg ik of ze nog lang doorgaan met huilen.
Met vijf Turkse en Marokkaanse jongens van 13 ging ik ooit op pad door Amsterdam Nieuw-West. Voor mij was het een mooie gelegenheid om door hun ogen naar de buurt te kijken. Voor hen was het een mooi excuus om een ochtend hun school te kunnen ontvluchten, want ‘leren’ zeggen ze zelf is niks voor hen. Ik was destijds bezig met een project over stadvernieuwing en een bevriende leerkracht van de praktijkschool was bereid om me zijn leerlingen te lenen. Als ik ze vraag waar ze over tien jaar denken te wonen, antwoordt Khalid rap: “In de cel”. Even later is Murat al even grappig: hij haalt een condoom uit zijn portemonnee. Hij wil me doen geloven dat hij al heel wat meisjes heeft gehad. Ze voeren een hele show op en laten zich van hun stoerste kant zien. Ze willen mij doen geloven dat hun leven draait om sex, misdaad en easy money. Maar door hun verhalen schemert een leven van verveling, armoe en een bleek toekomstperspectief.