Het gymnasiumsyndroom PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Pieter Hilhorst   
Dinsdag 05 Mei 2009 09:15
Ik lijd volgens een van mijn vaste criticasters aan het gymnasiumsyndroom. Deze ernstige mentale afwijking leidt tot een verstoord wereldbeeld. Mensen met dit syndroom geloven dat alle kinderen beschaafd en welbespraakt zijn, dat ze allemaal hun gevoelens onder woorden kunnen brengen en ruzies kunnen uitpraten. Mijn column van vorige week over korte lontjes is volgens hem dan ook geen diagnose van de samenleving, maar de weerslag van een ziektebeeld.

Cultuurpessimisten klagen dat het ideaal van mondigheid is ontspoord in de terreur van de grote mond. Zij vinden dat de prinsjes en prinsesjes die het woord ‘nee’ niet kennen eens keihard op hun plaats moeten worden gezet. In mijn column van vorige week bepleitte ik dat het belangrijker is dat ze leren om conflicten vreedzaam te beslechten. Ze moeten niet zozeer gedwongen worden zich te schikken, maar leren om zich in een ander te verplaatsen en ruzies uit te praten. Autoritair optreden helpt niet bij het ontwikkelen van deze noodzakelijke empathie. Er is inderdaad een straatcultuur waarin het stoer is om aan iedereen schijt te hebben, maar een groter probleem is dat het veel jongeren juist ontbreekt aan het gevoel dat zij er toe doen en hun mening telt. Wie denkt dat hij niet wordt gehoord, gaat sneller schreeuwen.

Afgelopen week mocht ik interviewtraining geven aan jongeren die deelnemen aan het project Creative Urbans. In dit project maken multiculturele jongeren uit Amsterdam en Almere een stedenbouwkundig ontwerp voor een wijk in hun stad. Ze interviewen betrokkenen en maken er een mooie presentatie van. Ze komen elke zondag bij elkaar om te brainstormen en les te krijgen van deskundigen. Zij zijn het tegendeel van de opgefokte onruststokers. Zij zijn de talenten. Toch hebben ook zij moeite om zichzelf te laten gelden en in een interview onbeschaamd vragen te stellen.

De jongeren hadden een droge informatieve tekst gekregen over interviewen en het verschil tussen open en gesloten vragen, maar het waren instructies zonder ziel. Dus probeerde ik na te gaan wat ik eigenlijk doe als ik iemand interview. Het antwoord is dodelijk simpel. Ik vraag waar ik benieuwd naar ben en probeer goed te luisteren. Niet alleen naar wat iemand zegt, maar ook naar hoe hij het zegt en vooral naar wat hij niet zegt. Ik wil een röntgengehoor ontwikkelen. Zoals je op een röntgenfoto ziet wat binnenin verborgen ligt, wil ik kunnen horen wat onuitgesproken blijft.

De enige manier om dat te leren is door het te oefenen. Dus liet ik ze elkaar interviewen. Dat bleek geen makkelijke opdracht. De leerlingen stelden vrij algemene vragen en namen met de antwoorden snel genoegen. Ik merkte dat interviewen niet zozeer een handeling is, maar een houding. Je moet dingen willen weten en durven vragen.

De jongeren waren duidelijk niet gewend om hun nieuwsgierigheid ruim baan te geven. Volgens de Amerikaanse sociologe Annette Lareau is een vanzelfsprekende mondigheid klassengebonden. Ze heeft onderzoek gedaan naar jonge kinderen met hoog en laag opgeleide ouders. Ze beschrijft een bezoek aan de dokter. Het kind van de hoog opgeleide ouders heeft geen ontzag voor de dokter, praat vrijuit en stelt zelf ook vragen. Het beschouwt zijn positie in de wereld als volkomen vanzelfsprekend. Voor het kind van laag opgeleide ouders geldt dat niet. Het wacht af en geeft korte antwoorden.

Van sommige Urban Creatives kon ik me voorstellen hoe zij ooit zwijgzaam bij de dokter zaten. Een jongen vertelde over een ruzie met zijn ouders, maar wie goed luisterde hoorde dat het conflict nogal eenzijdig was. Zij waren boos en straften, hij slikte alles en trok zich terug op zijn kamer om zich af te reageren op de muur. Een meisje vertelde terloops over de strenge regels van haar ouders. Ze heeft geleerd om niet teveel te fantaseren over dingen die ze toch niet mag. Ze vindt vragen stellen lastig. Waarschijnlijk blinken haar ouders ook niet uit in nieuwsgierigheid naar haar belevenissen.

Natuurlijk weet ik dat niet alle kinderen mondig en welbespraakt zijn, maar dat is nog geen reden om ze dat niet te gunnen. Ik geloof dat het beter is om het ze te leren, dan om ze af te schrijven en te trakteren op de knoet. Mijn gymnasiumsyndroom is dan ook geen ziekte, maar een droom. Het is de droom om kinderen het vertrouwen te geven dat hun mening telt. Het is de droom om kinderen desnoods buitenshuis aan te reiken, wat ze van huis niet meekrijgen. Het is de droom om jongeren het lef te leren om voor zichzelf op te komen en hun nieuwsgierigheid ruim baan te geven.

 
Commentaar gebruiker(s)

You must javascript enabled to use this form

Voeg je commentaar op dit artikel toe...Het gymnasiumsyndroom ...

Schrijf je commentaar hieronder.

(verplicht)

(verplicht)

Je e-mail wordt niet op de site getoond - alleen aan onze administrator

(optioneel)




Pieter Hilhorst - Publicist