Overige
Dom zeker. Maar schuldig? Wesam al Delaema. Terrorist tegen wil en dank PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Pieter Hilhorst   
maandag 16 juli 2012 14:24

Menno van der Veen en Pieter Hilhorst

Wesam al Delaema is kapper in Noord Nederland. Wesam al Delaema is ook de man die in 2003 afreisde naar zijn geboortedorp in Irak om bij te dragen aan de verdrijving van de Amerikanen. Is hij een terrorist? Een samenzweerder? Een oorlogsheld? ‘Je kunt niet in twee dagen strijder worden.’

Voor de Amerikanen was hij het gezicht van de onzichtbare vijand, voor de geheime diensten een terrorist, voor de Irakezen uit Fallujah een verrader die wegging en zich ontpopte tot verzetsheld. 

Terrorist, verrader, verzetsheld. Het zijn grote woorden voor de man die voor ons zit. Wesam al Delaema, kapper in het Noorden van het land. 1 meter 65. Zachte ogen. Zangerige, zachte stem. Littekens van brandwonden op zijn rechterhand.

Petje op. Modieus verkleurde spijkerbroek met gaten. V-hals. Verzorgd borsthaar. Hij draagt een zilverkleurige ketting met daarop het woord LOVE. 

Het leven dat Wesam nu leidt is getekend door één nacht in Fallujah: 30 oktober 2003. En door het videoverslag van die nacht waarin alles samen komt: zijn boosheid over de inval van de Amerikanen in Irak, zijn wens om beroemd te worden en zijn naïeve enthousiasme. 

De film toont gemaskerde mannen die een tirade afsteken tegen de Amerikanen. Mannen die een bermbom leggen en pochen over de Amerikaanse slachtoffers die ze gaan maken. Een man met zijn hand in het verband schreeuwt hartstochtelijk mee, houdt een radicale speech en veegt het zand van een ingegraven bermbom opdat de wereld kan zien hoe ze de Amerikanen te grazen willen nemen. 

De hand is verbrand tijdens een demonstratie in Amsterdam op het Museumplein tegen de inval in Irak (22 maart 2003). Volgens Wesam stak iemand een Amerikaanse vlag in brand. Hij wilde zwaaien met de brandende vlag. Hij verbrandde zichzelf. Maar tegen een interviewer van de Canadese televisie verklaarde hij dat hij zichzelf had overgoten met benzine en in brand wilde steken. Als protest tegen de oorlog.

Door het verband is hij als enige herkenbaar op de video. En door zijn kleding. Hij heeft als enige een licht colbertje aan. Hetzelfde colbertje dat hij droeg tijdens zijn huwelijk met zijn nicht Zina een paar dagen eerder. 

Vanwege zijn betrokkenheid bij die nacht is Wesam in de Verenigde Staten veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf. In Nederland werd die straf omgezet in acht jaar. Dankzij de regel dat een straf voor 2/3 wordt uitgezeten, kwam hij vrij op de dag dat de straf werd omgezet. 13 oktober 2010. Hij had toen 5,5 jaar vast gezeten. 

Die nacht in Fallujah heeft zijn leven getekend. Als we hem anderhalf jaar na zijn vrijlating vragen of hij spijt heeft, ontkent hij dat. “Ik heb niks gedaan, alleen gefilmd.”  Wesam is tegen geweld. Hij noemt zichzelf zachtaardig, links en vegetarisch. Hij is geen strijder en geen terrorist. Maar als hij onrecht ziet, komt hij in actie. Hij vertelt dat hij zelfs uit medelijden weleens een junk mee naar huis heeft genomen. Zijn afkeer van onrecht is ook de reden waarom hij naar Irak reisde. Hij wilde laten zien hoe de Amerikanen zijn land kapot maakten. Daarom heeft hij ook de videotape met de beelden van de strijders van Fallujah aangeboden aan SBS6. SBS was niet geïnteresseerd. 

Hij noemt zich geen strijder en geen terrorist. “Ik had het door mijn verdriet en woede misschien wel gewild, maar je kunt niet in twee dagen een strijder worden.” Hij is te gevoelig om zich aan te sluiten bij een militie. “Daarom ben ik ook niet in dienst geweest. Ik kan dat niet.” 

 

De Amerikanen hebben geprobeerd te achterhalen of er ook daadwerkelijk mensen zijn omgekomen door de bermbom waar Wesam bij betrokken was. Dat is niet gelukt. Volgens Wesam was dat ook niet mogelijk. “Er waren toen geen Amerikanen in mijn dorp.” “Maar stel nu, dat er wel mensen waren doodgegaan?” vragen wij. Dat zou het voor hem moeilijker maken om zijn enthousiasme op de video te rechtvaardigen maar dan nog zou hij die mannen geen terroristen noemen, maar strijders. Hij trekt een vergelijking met verzetsstrijders die na het bombardement op Rotterdam tegen de Duitsers vochten. De Amerikanen zijn de bezetters, de mannen het verzet. De Amerikanen gooiden zelfs fosforbommen op Fallujah (het is bekend dat dit in 2004 is gebeurd). Wesam heeft het, naar eigen zeggen, zelf gezien. De effecten op het dorp zijn volgens hem gigantisch: vrouwen krijgen mismaakte kinderen en veel mensen hebben last van de fosfor. 

Hij trekt veel vergelijkingen met de bezetting door de Nazi’s van Nederland, om zijn gedrag te verklaren en om ons uit te leggen, waarom hij de Amerikanen wilde stoppen. “Als ik in Rotterdam zou zijn en ik zou na het bombardement iets tegen de bezetter had gedaan, was ik voor Nederlanders ook een held zijn geweest.” Hij heeft geen hekel aan Amerikanen, zegt hij, maar als de Amerikanen Iran zouden aanvallen, koos hij partij voor de Iraniërs.  “Ik haat oorlog, maar slechte mensen moeten wel worden gestopt. Maakt niet uit hoe. De Amerikanen moeten gestopt, met hun moorden. Hoe hebben wij de Duitsers gestopt? Als de Amerikanen niet gestopt waren in Irak, waren ze ook naar andere landen gegaan.” 

De rechtvaardiging van Wesam is niet rechtlijnig. Hij springt heen en weer. Op het ene moment benadrukt hij dat hij niks heeft gedaan. Dan weer dat de strijd gerechtvaardigd is. Op het ene moment is hij alleen journalist. Dan weer wilde hij met zijn film de Amerikanen stoppen. Maar na een eerste afwijzing door SBS doet hij geen poging zijn filmmateriaal elders aan te bieden. Hij zegt ‘wij’ als hij vergelijkingen maakt met de tweede wereldoorlog. Wij zijn de Nederlanders die in verzet kwamen. 

De verwesterde immigrant

Voor de oorlog in Irak was Wesam een verwesterde immigrant. Hij hield van feesten, van drinken, van sex. Wesam had geen interesse voor politiek en religie. Hij was kapper in Amersfoort, maar droomde van Hollywood. Hij was dan ook dolgelukkig met zijn optreden in het programma van Cash & Carlo bij Carlo Boszhard waarin zijn vreugde-uitbarsting door de kijkers tot het leukste moment van het jaar werd uitgeroepen. 

Feesten, uitgaan, Seks. Westers leven. Het leek er niet op dat hij ooit nog over Fallujah zou spreken als “mijn dorp”. Hij werd in Fallujah niet geaccepteerd. Ze vonden hem een pias. Hij werd gepest, hij kon niet goed meekomen op school en hij was veel te onaangepast voor het dorp dat hij vergelijkt met Staphorst. Zijn grote kritiekpunt op zijn land: “In Irak,” zegt hij tegen ons, “heb je geen liefde. Alleen maar hoeren en vrouwen.”

In het boek 'Staatsgeheim' van de ANP-journalist Sander Kuypers vertelt Wesam dat hij tijdens de golfoorlog in de problemen kwam. Er was een bombardement op de markt, waarbij een vriend om het leven kwam. Hij heeft toen van alles geroepen tegen Saddam Hoessein en werd opgepakt. Zijn vader kocht hem vrij. Hij vluchtte naar Noord-Irak. Hoe hij precies in Nederland kwam wil hij niet vertellen. In Nederland kreeg hij asiel en in 2001 de Nederlandse identiteit.

Als de Amerikanen Irak aanvallen is hij eerst nog blij dat het einde van Saddam nabij is. Dat verandert als hij beelden ziet van de Amerikaanse aanval op Irak. Dan doet hij mee aan de anti-oorlogsdemonstratie in Amsterdam waarbij hij zijn hand verbrandt en besluit hij naar Irak te reizen om als journalist verslag te doen van de strijd rond zijn dorp. Hij wil de wereld laten zien hoe de Amerikanen zijn land verwoesten, hoe ze zijn dorp verwoesten en hij wil met die beelden een beroemde journalist worden.  

De terrorist

Wesam is veroordeeld voor terrorisme vanwege zijn betrokkenheid bij die ene nacht in Fallujah. De video leverde daarvoor het bewijs. Maar dat die video boven water kwam, was in hoge mate toevallig.  Kuypers laat in Staatsgeheim zien dat Wesam eerst werd verdacht van betrokkenheid bij de onthoofding van de Amerikaan Nicholas Berg. Al snel blijkt dat Wesam daar niks mee te maken heeft. De Amerikanen blijken ook niet erg geïnteresseerd in Wesam. Hij is een kleine vis. Als het onderzoek op een dood spoor zit, besluit het Openbaar Ministerie toch maar een huiszoeking te doen. Daar vinden ze de video. Hoewel Wesam zo graag een beroemde journalist wilde worden, had hij na de afwijzing door SBS geen moeite genomen de video zelf te verspreiden. Wesam wist dat hij door de geheime dienst in de gaten gehouden werd. Er was een nep-inbraak gepleegd in de garage waar hij werkte om daar afluisterapparatuur te plaatsen. Toch heeft hij de video ook niet vernietigd of bij iemand in bewaring gegeven. Met de vondst van de video kunnen de Nederlandse autoriteiten eindelijk claimen een belangrijke terrorist te hebben gevangen. 

De arrestatie vond plaats op 2 mei 2005. Het was zes maanden na de moord op Theo van Gogh.  Nederland was in de ban van de angst voor terrorisme. Wesam wordt na zijn arrestatie opgesloten in de zwaarbewaakte gevangenis in Vught en ontmoet daar Samir A., Nouredine El F., en Jason W.  Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh, zat apart.  “Die jongens zijn niet zoals je denkt,” vertelt hij. “Jason is helemaal niet zo. Hij is helemaal anti-geloof geworden. Hij is nu anti-Islam en wordt overgeplaatst naar een gewone afdeling.” Hij heeft daar niet veel begrip voor. “De handgranaat die ze hebben gevonden was van de AIVD. Iedereen weet dat. De Tweede Kamer weet het ook. Als Jason een sterke ideologie had gehad, was hij bij zijn verhaal gebleven. Hij is gebrainwashed.” Hij heeft meer respect voor Samir A. en Nouredine El F.. “Zij staan achter hun daden. Jason is hypocriet en dom. Hij gaat van radicaal naar atheïst. Samir is een slimme jongen. Ik heb hem gevraagd: “wilde je nou echt een aanslag plegen? Hij zegt: ‘ben je gek?’ Ik heb ook kinderen.” Volgens Wesam is Nouredine ook niet radicaal. Wat hij daar precies onder verstaat licht hij overigens niet toe.  Je zou verwachten dat Wesam het verschil tussen hem en de andere gevangenen op de terreurafdeling zou aanzetten. Nouredine el F.  werd opgepakt met een doorgeladen machinegeweer. Jason W. gooide bij zijn arrestatie een handgranaat naar de politie. Wesam heeft alleen gefilmd. Maar hij praat over de anderen alsof zij ook geen ‘echte’ terroristen zijn. 

De arrestatie van Wesam viel in een periode waarin de angst voor terreur groot was. De angst bestond dat er na de moord op Theo van Gogh nog meer aanslagen in ons land zouden volgen. Het jaar ervoor had er op 11 maart 2004 een bloedige aanslag plaats gevonden in de metro van Madrid. Een paar maanden na de arrestatie van Wesam, op 7 juli 2005, vindt er een aanslag plaats in de metro in Londen.  Het politieke debat was sterk gepolariseerd. Het idee dat er sprake is van een clash of civilisations (het westen tegen de islam) kreeg veel bijval.  Ayaan Hirsi Ali en Geert Wilders hadden een oproep gedaan voor een liberale jihad. De angst voor terroristische aanslagen leidde af en toe tot collectieve angstaanvallen. Een volle ICE-trein werd in november 2005 stilgezet omdat passagiers twee passagiers voor terroristen aanzien. De twee inzittende moslims met baard en djellaba werden geblinddoekt afgevoerd. De twee waren op weg naar een bijeenkomst in Duitsland, en bleken zich klaar te maken voor het gebed. Ze werden al snel weer vrijgelaten. 

In hun aanpak van terroristen leken de Nederlandse autoriteiten niet erg succesvol. In Utrecht werd in september 2004 een woning van een islamitisch gezin doorzocht. Vader, moeder en zoon zaten twee dagen vast. Het gezin bleek niets met terrorisme te maken te hebben.  Op 6 april 2005 werd Samir A. vrijgesproken. Ook in hoger beroep werd hij niet veroordeeld. Het hof achtte bewezen dat hij voorbereidingen heeft getroffen voor een terroristische aanslag, maar die zijn zo pril en amateuristisch dat hij er niet voor veroordeeld kon worden. Pas in 2006 wordt Samir A. alsnog tot 9 jaar cel veroordeeld.  

We lijken alweer bijna vergeten, hoe radicalisering en terrorisme onze samenleving op dat moment beheersten. Sommigen zagen grote gevaren in de polarisatie in de samenleving de strenge wetgeving en de ruime opsporingsbevoegdheden die werden toebedeeld. Anderen juist in de Nederlandse tolerantie, de laksheid waarmee terrorisme werd bestreden en de gebrekkige wetgeving. Inmiddels worden we door andere onderwerpen in beslag genomen. Het boek van Sander Kuypers over Wesam, dat een half jaar geleden verscheen, heeft dan ook weinig aandacht gekregen. 

In 2005 hebben de autoriteiten een succes in hun strijd tegen terrorisme hard nodig. De vrijspraak van Samir A. doet velen binnen het Openbaar Ministerie twijfelen of het Nederlandse strafrecht wel is toegesneden op het vervolgen van terroristen. De rechters zijn terughoudend in veroordelingen voor het voorbereiden van aanslagen en achten vaker niet dan wel het bestaan van een terroristische organisatie bewezen.  

Ook in de zaak tegen Wesam is het Openbaar Ministerie, ondanks de aanwezigheid van de video, niet verzekerd van een veroordeling. Staatssecretaris Fred Teeven is in die tijd werkzaam bij het Openbaar Ministerie. Hij is de teamleider van de officier die het onderzoek leidt naar Wesam. Teeven verzint een list. In de reconstructie die Sander Kuypers heeft gemaakt van de zaak, is hij het die op het idee komt om de Amerikanen te bewegen om te vragen om de uitlevering van Wesam. Hij wil een signaal afgeven. In Nederland lopen terroristen het risico dat ze worden uitgeleverd aan landen die terroristen veel harder straffen. De Amerikanen die eerst niet geïnteresseerd waren in Wesam, vragen nu om zijn uitlevering. De Amerikaanse leider van het onderzoek zegt tegen Kuypers dat hij het als een proefproces zag. “Het was voor ons van belang om eerst te oefenen met een simpele zaak. Hoe ga je met buitenlandse strijders om?” Het feit dat het hier om bermbommen ging, speelde natuurlijk ook een rol. Van de ruim 4000 Amerikaanse militairen die in Irak tussen 2003 en 2012 zijn gestorven, is ongeveer de helft door ‘improvised explosive devices’ om het leven gekomen. Iemand die bij het leggen van bermbommen is betrokken, symboliseert daarmee een vijand die meer dan 2000 soldaten ombracht.

Wesam begreep dat hij voor de Amerikanen het gezicht van een gehate vijand was en hij was bang voor een uitlevering aan de Verenigde Staten, maar hij wilde zich ook graag voor een rechter verantwoorden. Wij vragen hem naar de verwachtingen die hij van die rechtszaak had. Hij twijfelt niet dat hij door een Amerikaanse jury zou zijn veroordeeld, maar dan had de wereld tenminste kunnen zien hoe oneerlijk het rechtssysteem in elkaar zit. En de Amerikanen zouden zijn gedwongen om te luisteren naar zijn kritiek op de oorlog. 

Het liep anders. De zaak tegen Wesam al Delaema is nooit inhoudelijk behandeld door een rechtbank. Hij werd in Nederland opgepakt en vastgezet in de terroristengevangenis in Vught. Net voordat zijn zaak ‘op de rol zou worden gezet’, werd hij uitgeleverd aan de Verenigde Staten. Daar verbleef Wesam zowel in een isoleercel als op een gewone afdeling. Ook in Amerika beperkt zijn rechtszaak zich tot enkele formele zittingen rondom procedures. Als Wesam in afwachting van zijn proces is overgeplaatst naar een gewone afdeling schopt hij tijdens een van de vele rellen, een gevangenisbewaker tegen zijn hoofd. Die gevangenisbewaker raakte bewusteloos. Volgens Wesam schopte hij dat omdat de ‘gang’ waar hij zich noodgedwongen bij had aangesloten hem daartoe dwong. Het was schoppen of geschopt worden. Het geweldsincident wordt vastgelegd op de bewakingscamera.

Wesam werd voor die daad gestraft met terugplaatsing naar de isoleercel. Dat betekende eenzaamheid, slecht eten en vernedering door de bewakers. Ze schelden hem uit, bespugen hem en er is glas door zijn eten gemengd. Hij heeft daar nog steeds last van. De bewaarders staan te lachen als een medegevangene voor zijn ogen zelfmoord pleegt. 

De Amerikaanse officier gebruikt het geweldsincident om Wesam onder druk te zetten. Hij krijgt de keuze om eerst in de Verenigde Staten zijn straf uit te zitten voor de mishandeling van de gevangenisbewaker (waardoor zijn eigenlijke zaak pas behandeld zou worden na het uitzitten van de straf voor mishandeling), of een schuldbekentenis voor zijn terreurdaad met de mogelijkheid zijn straf in Nederland uit te zitten. Hij besluit eieren voor zijn geld te kiezen. Hij tekent een plea bargain, een schuldbekentenis, waarin hij schuld bekent aan samenzwering met als doel het plaatsen van bermbommen. De beslissing om schuld te bekennen, zegt hij, kostte hem veel moeite maar hij kon het verblijf in de isoleercel niet langer aan. En het proces over het geweldsincident leek een verloren zaak. 

Wesam is de enige die buiten Irak veroordeeld is voor terreur in Irak. Maar die veroordeling kon zo makkelijk tot stand komen vanwege de mishandeling van een bewaker in de Verenigde Staten. Zo makkelijk verliep het proefproces over deze ‘simpele zaak’ dus blijkbaar ook niet. Voor Wesam heeft de schikking een vreemd gevolg . Juist door die plea bargain kan hij nu weer vrij rondlopen. Zo betekende de video in Fallujah, waarop hij niets anders doet dan enthousiast berichten over een bom die geen slachtoffers maakte, zijn gevangenschap. En leidde de video waarop hij een bewaker bewusteloos schopt, tot zijn vrijheid. 

na zijn vrijlating

De ervaringen van Wesam zijn ook van belang voor een zaak die nu nog speelt. De Hoge Raad heeft de uitlevering goedgekeurd van Sabir K. Deze Sabir K., in de VS Younis de Nederlander genoemd, wordt verdacht van betrokkenheid bij aanslagen in Afghanistan op Amerikaanse doelen en wapenleveranties waarbij hij nauwe contacten met Al Qaeda zou onderhouden. In de protesten die tegen zijn uitlevering worden georganiseerd, worden de ervaringen van Wesam gebruikt om het Amerikaanse gevangenisregime en de omgang met verdachten aan de kaak te stellen. Sabir K. is in Pakistan waarschijnlijk blootgesteld aan marteling en zou nu in Irak een soortgelijk regime te wachten staan als Wesam.  Voor de tegenstanders van uitlevering is dat voldoende reden om ertegen te protesteren. Wesam volgt de zaak niet. 

In Nederland is Wesam na zijn vrijlating goed opgevangen door de instanties, zegt hij. De sociale dienst heeft hem goed geholpen, hij heeft nu werk als kapper en hij heeft een huis. Hij staat ook op de wachtlijst bij het Sinaï-centrum voor mensen met een oorlogstrauma. 

  Met zachte stem vertelt, tijdens de lunch in een oudhollands café in de provinciestad waar hij woont en werkt, dat hij paranoia is. Hij is ervan overtuigd dat hij wordt afgeluisterd. Hij is ervan overtuigd dat ons gesprek met hem wordt afgeluisterd. De FBI luistert mee en justitie is overal. Enige aanleiding voor paranoia heeft hij wel. Toen op 20 augustus 2005 een artikel in het Arabisch over zijn zaak verscheen, werden 4 dagen later zijn broers beschoten toen die voor hun kapperszaak in Fallujah zaten. Een van zijn broers werd daarbij gedood. 

Hij kan goed meisjes versieren, zegt hij. Na zijn vrijlating, dronk hij koffie met een meisje. Het werd wat. “Het was voor mij ook knallen, na zes jaar geen seks.” Later zei hij tegen haar: “zoek mij maar op. Kijk maar even op internet.” Het meisje schrok zich rot. “O mijn god,” zei ze toen ze het allemaal zag. Hij vroeg haar of hij weg moest gaan, maar ze wilde dat hij bleef. “Haar broer was politieagent, ik zag de angst. Toen heb ik het uitgemaakt.”

Hij vertelt ons ook over een korte flirt met een officier van justitie die hij tegenkwam in een discotheek in Hilversum. Hij is ervan overtuigd dat het niets werd omdat er over hem werd gesproken op het parket. Hij laat vallen dat hij soms naar de hoeren gaat. Justitie is volgens hem blij als hij dat doet, “dan denken ze mooi, die is niet meer zo radicaal.” Dan weer vraagt hij de interviewers of één van hen soms een relatie met hem wil. Het is niet duidelijk of hij een grap maakt. 

Zijn vrouw ziet hij niet meer. Hij was met Zina getrouwd in 2003 in Fallujah, om haar een betere toekomst te bezorgen, maar zij belandde in een hel toen Wesam werd opgepakt. Ze is volgens hem door de CIA ondervraagd. Hij heeft begrip voor het feit dat ze hem niet meer wil zien. 

Hij leeft teruggetrokken en probeert zijn leven zo eenvoudig mogelijk in te richten. Hij noemt zichzelf links, hij is anti-geweld en anti-oorlog. Hij wil vooral met rust worden gelaten. Van de andere kant liet hij zich wel interviewen door Nieuwsuur, en biedt hij ons aan om met hem naar Fallujah te reizen om met eigen oog het leed te aanschouwen dat er in zijn dorp is aangericht. 

Soms benadrukt hij dat hij beroemd is en voor sommigen een oorlogsheld. 

“Ik ben een held, maar ik heb ook vijanden. In Irak is de  macht nu in handen van de NSB’ers. Dat zijn de mensen die met de Amerikanen hebben gevochten tegen het eigen volk. De verraders hebben nu de macht. Ik ben een vijand van de verraders. Als ik er nu naar toe ga, word ik vermoord. Ik ben een symbool geworden. Ik ben de enige Irakees die in het buitenland is veroordeeld, voor zijn verzet tegen de Amerikanen.” 

Als wij zijn naam intypen op google, kunnen we niet vaststellen of hij buiten Nederland echt een bekendheid is. Zijn Engelse Wikipedia-lemma is door Nederlanders gemaakt. De meeste links verwijzen naar Nederlandse bronnen. 

Wie is Wesam?

Wesam is onstuimig en impulsief en heeft de gevolgen van zijn daden volledig onderschat. In het boek Staatsgeheim noemt de Amerikaanse opsporingsambtenaar Patarini de kans dat Wesam in herhaling valt daarom levensgroot.

Maar zijn onstuimigheid heeft vooral zijn eigen leven getekend. De vlag die hij vastgreep tijdens de demonstratie tegen de oorlog in Irak, verbrandde zijn hand. Dat is rampzalig voor een kapper. Wesam raakte er arbeidsongeschikt door. Zijn enthousiasme tijdens het leggen van de bermbom in Fallujah leverde hem het stempel van terrorist op. De schop die hij uitdeelde tegen het hoofd van de cipier, kostte hem zijn kans om zijn verhaal te doen tijdens een rechtszaak in de Verenigde Staten die waarschijnlijk veel aandacht had getrokken. 

“Ik ben dom geweest,” zeg hij verschillende keren.  

Dom zeker. Maar schuldig? 

De vraag of Wesam een straf verdiende is interessante kost voor filosofen en juristen. De ethische vraag ‘waar is Wesam schuldig aan?’ is complex. Hij is betrokken geweest bij  het plaatsen van een bermbom die tot doel had Amerikaanse soldaten te vermoorden. Die betrokkenheid ging verder dan die van de journalist in oorlogsgebied. Wesam was partijdig, hij wilde dat de Amerikanen werden verslagen. Hij accepteerde dat daarvoor bommen moesten worden gelegd. Maar het was wel oorlog. Zijn geboortedorp werd beschoten en gebombardeerd. Waarom zou degene die een bermbom legt moeten worden veroordeeld en degene die een fosforbom gooit niet? 

En stel dat Wesam schuldig is aan hetgeen hij heeft bekend, het verspreiden van filmmateriaal dat tot doel heeft aan te zetten tot aanslagen tegen de Amerikanen in Irak, hoeveel straf verdient hij dan? Hoeveel straf is redelijk voor een Nederlandse Irakees die afreist naar zijn geboortedorp om daar bij te dragen aan de verdrijving van de Amerikanen zonder zelf geweld te gebruiken? 

Misschien is op die vraag geen antwoord, en is het beter om in termen van winnaars en verliezers te denken, dan in universele waarden. Wesam is gestraft, omdat hij zo dom was af te reizen naar een land dat zich aan de kant van de winnaars had geschaard. Als hij niet wilde worden gestraft, dan had hij in Irak moeten blijven of naar een land moeten reizen dat geen onderdeel uitmaakt van de NAVO. 

Maar Wesam was niet thuis in Irak, hij was thuis in Nederland en daar wilde hij beroemd worden.

Is Wesam een terrorist? Een samenzweerder, een oorlogsheld?

Het zijn woorden die misschien passen bij de Wesam van enkele jaren geleden die op zoek ging naar roem en grootse daden wilde verrichten. Maar het zijn wel erg grote woorden voor de kapper van nu die een aantal keer per week opbelt als we hem vertellen dat dit stuk straks wordt gepubliceerd. Nee, wij denken niet dat dit artikel tot veel aandacht voor zijn persoon gaat leiden. De Groene Amsterdammer is een weekblad dat vooral wordt gelezen door progressieve, linkse lezers, verzekeren we hem. Het artikel zal naar onze inschatting niet tot een vloed aan negatieve reacties op zijn persoon leiden. Hij laat zich geruststellen, maar is er een dag later toch niet gerust op, er zijn weer ‘een aantal dingen’ gebeurd. Hij is paranoia, en wij kunnen niet inschatten of zijn zorgen waanbeelden zijn of dat hij nog steeds wordt afgeluisterd en achtervolgd. De gedachte komt op dat de ketting om zijn nek, een smeekbede is. Wesam, veroordeelde terrorist en kapper, wil LOVE, En natuurlijk PEACE. 

Verschenen in De Groene Amsterdammer 05-07-2012 

 
Simpel is moeilijk PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Pieter Hilhorst   
dinsdag 12 juni 2012 15:14
Als je alles bij elkaar optelt kost een gemiddeld probleemgezin € 40.000 per jaar. Zo blijkt uit onderzoek van Stade Advies in opdracht van de gemeente Woerden. En dat is dan nog een bescheiden schatting. Bij geen van de onderzochte gezinnen is sprake van een uithuisplaatsing. Zo’n uithuisplaatsing kost al € 40.000,-. Het zijn ongelooflijke cijfers. Uit het onderzoek blijkt ook dat bij een probleemgezin gemiddeld 13 verschillende instanties zijn betrokken. Bij een gezin met gescheiden ouders en vier kinderen zijn maar liefst 19 instanties betrokken. In het rapport wordt ook een schatting gemaakt van de transactiekosten. Daarmee wordt bedoeld het geld dat op gaat aan dubbel werk en het uitwisselen van informatie. De onderzoekers schatten dat op 30 %. 
 
Het onderzoek in Woerden is ontluisterend en een godsgeschenk in economisch barre tijden. Als de huidige praktijk zo duur en inefficiënt is, moet het mogelijk zijn om voor minder geld betere hulp te bieden. De aanpak die Stade advies voorstelt is dan ook simpel. Stop met de verkokering. Het doel moet zijn: Eén gezin, één plan, één regisseur. Voeg al het geld voor een probleemgezin op een hoop, trek daar 25% van af en geef die ene professional vervolgens grote vrijheid om het geld naar eigen inzicht te besteden. Weg met alle indicatiestellingen. Als de professional dan ook nog het netwerk van het probleemgezin mobiliseert kan het waarschijnlijk nog goedkoper. Bij de probleemgezinnen in Woerden wordt namelijk nauwelijks gebruik gemaakt van het netwerk om de probleemgezinnen. Ook daar is dus een wereld te winnen. Uit de ervaring met Eigen Kracht Conferenties blijkt dat als een probleemgezin een plan opstelt samen met familie, vrienden en buren, die plannen veel goedkoper zijn omdat er minder professionals worden ingeschakeld. 
 
Het ideaal van Stade Advies is simpel. Maar iets simpel organiseren is het aller-moeilijkste dat er is. De voorgestelde aanpak staat namelijk haaks op de logica van alle betrokken partijen. Die logica valt het beste samen te vatten als taakoptimalisatie. Iedereen probeert zijn eigen taak zo goed mogelijk uit te voeren. De leerplichtambtenaar wil dat een kind naar school gaat. Reclassering wil recidive voorkomen. De schuldhulpverlener wil een oplossing vinden voor de schulden. Jeugdzorg richt zich op de veiligheid van de kinderen. Voor al die betrokken instellingen zijn kwesties die niets te maken met hun taak een onwelkome afleiding. De leerplichtambtenaar gaat zich niet bezig houden met de schulden van de ouders van de leerling. Dat moet een ander doen. Elke hulpverlener probeert de complexiteit te reduceren door zijn eigen taak centraal te stellen. Idealiter levert de optelsom van de deeloplossingen ook een oplossing voor het geheel op. De praktijk in Woerden laat zien dat het resultaat verkokering is. 
 
Door de decentralisering van de jeugdzorg en de overdracht van een deel van de AWBZ zorg naar de gemeenten kunnen de schotten tussen de verschillende financieringsstromen worden opgeruimd. Maar daarmee is de neiging tot taakoptimalisatie nog niet verdwenen. Daarvoor moet een andere professionele houding komen. De complexiteit moet niet langer worden gereduceerd door de eigen taak centraal te stellen, maar door de complexiteit juist op te zoeken. Want alleen door de complexiteit op te zoeken, is het mogelijk om tot zo’n simpele oplossing te komen als één gezin, één plan, één regisseur. Alleen zo is het mogelijk dat een probleemgezin straks minder kost dan € 40.000 en de problemen toch beter de baas is. 

Verschenen in Andersland Magazine Een uitgave van www.spectrum-gelderland.nl
 
Filosofische soldaten PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Pieter Hilhorst   
woensdag 14 januari 2009 15:03

“Ik ben voorbij het medelijden geraakt,’ zegt Jan Blom, een Nederlandse officier in de voorstelling mighty Society6 die afgelopen week in Frascati in première ging. De missie in Afghanistan waarvan hij deel uitmaakt, is hopeloos ontspoord. Bij een luchtaanval is een bruiloft gebombardeerd. Vrouwen en kinderen zijn gesneuveld. Als represaille zijn tien Nederlandse soldaten vermoord. Hun kelen zijn doorgesneden en ze zijn gehuld in vrouwenkleren opgehangen in de boom. Als je dat hebt gezien heb je met niemand meer medelijden. Blom geeft toe dat hij dingen heeft gedaan die misschien niet door de beugel kunnen. In het kamp van de Nederlanders loopt een doofstomme Afghaan rond die op zoek is naar zijn broer. In een prachtige mimescène speelt hij de martelingen die de gevangenen ondergaan.

De Nederlandse officier is een schoolvoorbeeld van wat de Canadese schrijver Michael Ignatieff de verleiding van morele afkeer noemt. Juist mensen die met idealistische motieven naar verre oorden trekken, zijn vatbaar voor deze morele afkeer. Ignatieff illustreert het mechanisme aan de hand van Kurtz, de hoofdpersoon uit de roman Heart of Darkness van Joseph Conrad. Naast de jacht op ivoor is Kurtz ook van plan om de wilden in Congo te beschaven. Maar als hij er niet in slaagt om de zwarten te verheffen, keert hij zich met de kracht van al zijn frustratie tegen hen. Op het einde van zijn leven, schrijft hij in delirium in de kantlijn van zijn eindrapport voor de ‘Internationale Stichting ter Bestrijding van Onbeschaafde Gebruiken’: ‘Kill the brutes.’  Het is een fenomeen dat soms ook optreedt bij ontwikkelingswerkers die bijna racistisch worden. Zij hebben uit alle macht geprobeerd die arme Afrikanen te helpen en wat doen die zwarten? Zijn ze dankbaar? Niks daarvan. Ze maken alles kapot wat de ontwikkelingswerkers proberen op te bouwen. Het is stank voor dank. Laat ze dan maar in hun eigen sop gaar koken. Je moet geen mensen helpen die niet geholpen willen worden.

In zowel het voormalige Joegoslavië als Rwanda is het westen volgens Ignatieff ten prooi gevallen aan de verleiding van morele afkeer. De boodschap is niet, zoals bij Kurtz, maak de wilden af, maar wel: laat de wilden elkaar maar afslachten. Veel verhalen van Dutchbatters die terugkeerden uit Srebrenica kenmerkten zich door een vergelijkbaar gebrek aan medelijden. De soldaten hadden een hekel gekregen aan de moslims die ze moesten beschermen. Overste Karremans, de hoogste militair in Srebrenica ten tijde van de val, zei op een persconferentie dat er geen ‘good guys’ en ‘bad guys’ waren. Die zogenaamde onschuldige moslims schoten over hun hoofden op de Serviërs in de hoop dat die op de Nederlanders zouden gaan schieten. Het zijn allemaal schoften. Dus laten ze elkaar maar afmaken. Met dat ene zinnetje over het verdampte medelijden heeft Eric de Vroedt, de schrijver en regisseur van Mighty Society 6 dit nihilisme knap weergegeven.

            Tegenover de cynische officier plaatst De Vroedt Kurt Prins, de commandant van de Nederlandse troepen. Hij pijnigt zichzelf met zijn twijfels en wanhoop. Als een lid van de Koninklijke Marechaussee, zelf van Afghaanse afkomst, een onderzoek komt instellen naar de handelswijze van het Nederlandse leger, vraagt hij hem hoe vrij hij is. Het lijkt een doorzichtige poging om zijn eigen verantwoordelijkheid voor de gang van zaken te verdoezelen. Maar niets is minder waar. Prins wil weten op welk punt de geschiedenis een andere loop had kunnen krijgen. “Oorlog kiezen we niet. Oorlog breekt uit.” De logica van het conflict dwingt zich aan je op. En dus is zijn vraag essentieel. Hoe kan je voorkomen dat elke geweldsdaad een even hopeloze tegenreactie oproept? Om de spiraal te doorbreken, neemt hij een onorthodox besluit. Hij weigert de lijken van de Nederlandse soldaten naar beneden te halen en te begraven.  Hoe meer de lijken rotten, hoe meer de vogels de oogkassen leegeten en de maden in de wonden kruipen, hoe meer ze een appèl doen aan de daders om tot inkeer te komen. Als de cynische officier vraagt wat in hemelsnaam het beoogde doel is van deze strategie antwoordt Prins dat hij wil dat recht zegeviert. Het is de machtsaanspraak van de masochist. Het is alsof de hoogste militair zich bekeert tot de strategie van Jezus. Niet terugslaan, maar de andere wang aanbieden. Juist omdat hij iets doet wat niemand van hem kan vragen, hoopt hij dat de vijand tot inkeer komt. Hij wil dat iemand breekt.

            Het is een absurde strategie. Afghanistan is geen land van gevoelige geesten. Het is een land waarin, zoals de Afghaanse minnares van Kurt Prins het zo treffend zegt, elke droom wordt weggeblazen door de nachtmerries van gisteren. “Ik woonde in een land waar leven verboden was.” En toch vroeg ik me onwillekeurig af hoe Israel zou reageren als de Palestijnen zouden weigeren om de lijken van de vrouwen en kinderen in Gaza weg te halen. Zouden de Israëlische soldaten uit hun tank klimmen om de lijken op hun brancards te laden? Voor de cynische Jan Blom is de weigering de lijken te begraven, het ultieme bewijs dat Prins niet weet wat oorlogvoeren is. Op het slagveld is geen plaats voor twijfelaars. Hij verwijt Prins en indirect ook de politici die het besluit tot een vredesmissie hebben genomen, dat ze het lef niet hebben om echt oorlog te voeren. In zijn optiek kan je alleen winnen als je je scrupules laat varen. De vijand komt in deze logica alleen tot inkeer door keihard terug te slaan. Het klinkt bekend, maar is in wezen even absurd. De eigen vrijheid wordt ingeruild tegen de noodzaak om elke misdaad van de vijand met gelijke munt terug te betalen. Het levert een onstuitbare geweldsspiraal op. Met elke militaire strafexercitie tegen terreur worden nieuwe terroristen geboren, die bereid zijn om hun leven te geven om Israeli’s, Amerikanen of Nederlanders te doden.

            Met Mighty Society 6 schreef de Vroedt een intrigerende verhandeling over oorlog en vredesmissies. Wie vecht krijgt vuile handen, maar wie wegloopt eigenlijk ook. Dan ben je een moderne Kurtz en laat je ‘de wilden’ elkaar afslachten en ontneem je hun vrouwen elke kans op een beter leven. Met al zijn verwijzingen naar werkelijke gebeurtenissen is het ook een feest voor de krantenlezer. Kurt Prins zegt op een gegeven moment dat hij gewoon een pianospeler is. Karremans nam dezelfde woorden in de mond toen hij na de val van Srebrenica moest onderhandelen met Mladic. “Don’t kill the pianoplayer” zei hij tegen de Servische generaal. Zelfs de naam van Jan Blom verwijst naar de werkelijkheid. Jan Blom was de Nederlandse militair die tijdens de oorlog in Irak opeens opdook in een persconferentie van het Amerikaanse leger als onderdeel van de coalition of the willing. Ik vroeg me wel of hoe de echte Jan Blom het zou vinden dat hij hier wordt afgeschilderd als een martelende nihilist? Mag je een bestaande soldaat in je stuk opvoeren als een oorlogsmisdadiger?

            De Vroedt wil de toeschouwer aan het denken zetten. Soms offert hij zelfs de geloofwaardigheid van zijn personages op aan de kracht van de verhandeling, want waar vind je soldaten die zoveel praten en filosoferen? Dat schept afstand. Toch overtuigt de wanhoop van Prins. Op het einde van het stuk herhaalt hij nog eenmaal: ‘Ik wil dat er iemand breekt.” De kijker weet wie er gebroken is. Zijn buitenissige strategie om de vijand op andere gedachten te brengen, komt voort uit zijn koppige weigering om de ergste waarheid onder ogen te zien. Hij weet genoeg om te weten dat hij niets meer wil weten. Hij doet wat we allemaal willen doen als het onverkwikkelijk wordt, namelijk doen alsof al die ellende niet bestaat. Daarmee is mighty Society6 een krachtige aanklacht tegen het wegkijken.

 

Verschenen in Vrij Nederland 14 januari 2009

Mighty society 6 Of hoe ook ik de oorlog mee naar huis nam.  Zie  Mightysociety.nl

 

 

 
Een langzame catastrofe is niet spannend PDF Afdrukken E-mailadres
Geschreven door Administrator   
donderdag 31 januari 2008 15:17

Fokke en Sukke kunnen het niet alleenVeel nieuws brengt niks nieuws. Het zijn bekende karkaters die bekende boodschappen uitventen. Is er nog iemand verrast als Geert Wilders zich weer eens keert tegen de islam? Zit iemand op het puntje van zijn stoel om te horen wat Al Gore nu weer eens te berde brengt? De nieuwsitems zijn variaties op een thema. Sommige communicatiewetenschappers vergelijken het nieuws daarom met een soap. Politici en andere spraakmakers in het publieke debat worden personages waarvan we het lief en leed volgen. De marges om werkelijk iets nieuws te vertellen zijn net als in een soap beperkt. Een personage dat iets doet dat radicaal afwijkt van het beeld dat we van hem hebben, vinden we al snel ongeloofwaardig. Het vreemde is dus dat we hunkeren naar verrassing, maar herkenbaarheid eisen.

Lees meer...
 


Pieter Hilhorst - Publicist