'Ik ben een zondagskind' PDF Afdrukken E-mail
Geschreven door Pieter Hilhorst   
Donderdag 12 Februari 2009 10:42
Alexander Rinnooy Kan (59) is voorzitter van de Sociaal-Economische Raad. Hij werd in 2008 uitgeroepen tot de ‘invloedrijkste Nederlander’.

Wat heeft u 10.000 uur gedaan in uw leven?

“Dingen uitleggen. Het begon al toen ik acht jaar was. Ik hielp mijn broertje met zijn schoolwerk. Op mijn veertiende heb ik nog een schriftelijke cursus Engels voor hem geschreven. Eigenlijk ben ik mijn hele leven blijven uitleggen. Op de universiteit ben ik ook vrij snel een student-assistentschap gaan doen. Ook nu weer bestaat een groot deel van mijn werk uit uitleggen.”

Wat is de rode draad in uw loopbaan?

“Dat is moeilijk te zeggen omdat ik zoveel verschillende dingen heb gedaan. Ik was hoogleraar, rector magnificus, voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO, lid van de Raad van Bestuur van de ING en nu ben ik SER-voorzitter. Ik zou ook niet veel mensen weten met een loopbaan zoals die van mij waarin heen en weer gependeld is tussen de publieke en private sector, Misschien is de rode draad een blijvende nieuwsgierigheid waardoor ik steeds weer andere dingen oppak.”

Geen succes zonder mazzel. Wanneer heeft u mazzel gehad?

“Dat is het moment dat ik startte met mijn promotieonderzoek. Ik wilde verder in de zuivere wiskunde. Ik was al aangenomen. Maar de universiteit moest bezuinigen en dus werd er een algemene vacaturestop afgekondigd. Als ik een paar weken eerder was afgestudeerd, was ik aangesteld. Ik kon wel aan de slag in de bedrijfseconometrie. Dat was een vak in opkomst. Ik had het geluk dat ik tijdens mijn promotieonderzoek op een idee uit Amerika stuitte dat relatief nieuw was en waarover ik samen met mijn collega in korte tijd veel publiceerde. Ik werd zo relatief gemakkelijk hoogleraar. Mijn loopbaan zou beslist anders zijn gelopen als ik in de zuivere wiskunde was gepromoveerd. Ik weet niet of ik daarin had uitgeblonken. Waarschijnlijk zou ik na mijn promotie op een middelbare school wiskundeles zijn gaan geven. “Ik denk dat ik ook geluk had toen ze me vroegen om voorzitter van het VNO te worden. Ik weet nog steeds niet precies waarom ze in mij als wetenschapper een goede werkgeversvoorzitter zagen. Het was wat je noemt een kredietbenoeming. Waarschijnlijk omdat ik namens de universiteit redelijk succesvol was geweest in het gevecht tegen onderwijsbezuinigingen. Het was ook een goed moment om afscheid te nemen van de wetenschap. Er zijn weinig wiskundigen die na hun veertigste nog met revolutionair vernieuwende ideeën komen.”

Welke baan bent u misgelopen?

“Ik ben uiteindelijk geen bestuursvoorzitter van de ING geworden. Nee, dat beschouw ik niet als een mislukking. Het was een functie waarvoor ik niet geschikt was. Mijn voorgeschiedenis in de financiële sector was te kort. Daar had ik dus niet 10.000 uur in geoefend.”

In welke mate bent u een product van uw jeugd?

“Mijn vader was plaatsvervangend thesaurier-generaal bij het ministerie van financiën. Dat is een hoge publieke functie. Maar ik lijk wat betreft persoonlijkheid het meest op mijn moeder. Zij was een Britse, en opgeleid als actrice. Zij was iemand die harmonie kon creëren. Heel anders dan mijn vader. Ik ben ook iemand die altijd harmonie wil bevorderen.” Het is een tweede natuur geworden. Daar pluk ik nu bij de SER de vruchten van. Maar toen ik voor ING in Azië zaken moest doen, had ik er ook baat bij.”

Welke ervaring heeft grote invloed gehad op uw levenshouding?

“In de eerste vier klassen van de middelbare school was ik een buitenbeentje. Een introvert, pienter jongetje dat de beste van de klas was, maar ook werd gepest. Ik ben toen drie maanden naar Engeland gestuurd door mijn ouders. Toen ik terugkwam wist ik een positie in de klas te veroveren en heb er vrienden voor het leven gemaakt. Sommige klasgenoten zie ik nog steeds.

Waarvoor moeten ze u niet vragen?

“De neiging om harmonie te zoeken kan een handicap zijn. In elke grote organisatie zijn mensen nodig die rücksichtslos knopen moeten doorhakken. Ik heb nooit in posities gezeten waar ik enorme gevechten heb moeten voeren. De keren dat ze me vroegen minister te worden is dat een overweging geweest die meehielp nee te zeggen.

Is er wel eens iets echt mislukt?

“Mijn grote mislukking is dat ik met zwemmen nooit mijn zwemdiploma C heb gehaald. Bij het halen van je C moet je schijfjes opduiken. Maar ik durfde mijn ogen niet open te houden bij het zwemmen. Nadat het de eerste keer niet was gelukt heb ik lang geoefend. Dan stopte ik thuis mijn hoofd in de wasbak en probeerde uit alle macht mijn ogen open te houden. De laatste keer dat ik probeerde mijn diploma te halen, dacht ik er klaar voor te zijn. Ik sperde mijn ogen wel open, maar op de een of andere manier kon ik net niet bij de schijfjes. Maar verder ben ik een echt zondagskind.”

En door die angst voor water bent u zo’n fervent aanhanger van de polder geworden?

Dat is de ergste psychologie van de koude grond!

Het beste advies dat Rinnooy Kan ooit kreeg: “Ik heb veel adviezen gehad van Shell-topman Gerrit Wagner. Ik kwam vaak bij hem thuis omdat ik bij zijn dochter in de klas zat. Zijn belangrijkste raad was: Grijp kansen die zich toevallig voordoen en wees nooit benauwd voor avontuur.”

Pieter Hilhorst en Michiel Zonneveld

Wie: Dr. A.H.G. Rinnooy Kan
Geboren: Den Haag, 5 oktober 1949
Opleiding: Wiskunde en kandidaats econometrie (1972), promotie doctor in de wiskunde (1976)
Loopbaan: rector magnificus Erasmus Universiteit Rotterdam, voorzitter VNO-NCW, raad van bestuur ING, voorzitter Sociaal-Economische Raad

 
Commentaar gebruiker(s)

You must javascript enabled to use this form

Pieter Hilhorst - Publicist